Alles van waarde is weerloos
Via linkedin kom je wel eens in contact met oude studievrienden. In de vorige eeuw studeerden we beiden literatuurwetenschap in Utrecht en woonden in Rotterdam. Zo kom ik op Lucebert’s uitspraak. Prijkend op het kantoorpand in Rotterdam waar we regelmatig voorbij kwamen: Alles van waarde is weerloos.
Een mooie zin en toepasselijk voor een verzekeringskantoor. Associaties met antiek Chinees porselein en kostbare sieraden.
Later, in een ziekenhuis, kreeg de uitspraak een andere betekenis. Ik dacht aan zieke, weerloze kleine baby’s en broze bejaarden. Een boeddhist zou zeggen dat niet de mens weerloos is, maar de situatie waarin hij verkeert. Die situatie is vergankelijk en afhankelijk.
Een boeddhist zou beklemtonen dat alles waarde (in zich) heeft. Die waarde manifesteert zich, als wij het aan iets, iemand of onszelf toekennen. Als wij bedenken dat we er waarde aan hechten. Als we ons nergens aan hechten, als we nergens waarde aan toekennen, wordt alles waardeloos, maar dus niet langer weerloos.
Om je niet te hechten aan chinese vazen en diamanten ringen, dat is misschien wel te doen. Dan raak je ook niet zo overstuur als ze kapot vallen of gestolen worden.
Maar hoe vertaal je dat naar je kinderen, ouders, familie, relaties?
Het boeddhistische besef dat alles vergankelijk is, is geen oproep tot een gevoelloos, apathisch, egocentrisch leven.
Maar om het christelijk te zeggen: memento mori. Dus: carpe diem (quam minimum credula postero). Geniet. Leef in het moment.
